Vandaag ging ik naar bodybalance. Dat is dat je bepaalde bewegingen maakt en houdingen aanneemt waardoor je lichaam en geest in balans komen.

Een vriend van mij gaat daar regelmatig heen en vond dat ik een keer mee moest. Lichaam en geest in balans. Daar leek mij op zichzelf niet veel mis mee, dus ik stemde in.

Het is op blote voeten, stuurde hij. Ik keek naar mijn voeten, zittend op mijn balkon. Mijn teenhaar wuifde zachtjes in het zomerbriesje, onder mijn net iets te lange teennagels schuilde vuil van niet meer te herleiden afkomst, om over de lading eelt onder mijn zolen nog maar te zwijgen. Hier kan ik mij niet mee vertonen, dacht ik en ik zocht het nagelschaartje. Qua teenhaar koos ik voor scheiding rechts en zijkantjes kort. Grapje natuurlijk.

Ik belde de sportschool dat ik mee zou doen. Dat was wel goed, want er was nog plek. We gingen naar binnen, door een zaal met brede mannen aan apparaten hangend en trekkend, een trappetje af een donkere kelder in. De instructrice, kortgeknipt type met stevige kuiten, deed het licht aan. Wij waren de enige twee mannen. Omdat ik nieuw was moest ik helemaal vooraan, zodat ik de instructies goed zou kunnen zien. Ook dat nog. Ik hoopte dat ik niet zou omvallen.

De instructrice zei dat we allemaal in de downward dog moesten. Ik had geen idee wat er nu zou gaan gebeuren. Het bleek een houding te zijn waarbij je handen en je voeten op de grond zijn, je kont in de lucht en je lichaam een hoek maakt. Ik zag mezelf in de spiegel en dankte god dat de jongens uit mijn voetbalteam mij nu niet zagen.

Bij alle houdingen die volgden was ik steeds net wat later dan de rest. Of ik deed het verkeerd om. Of gewoon helemaal verkeerd. Op een gegeven moment dacht ik dat ik goed bezig was, maar toen ik via de spiegel de rest van zaal zag bleek dat niet zo te zijn.

Tegen het einde lag ik op mijn rug met mijn knieën in mijn oksels en handen om mijn enkels. Alles deed pijn. Ik zag een lange haar uit mijn kleine teen steken. ‘Gun jezelf dit moment’, zei de instructrice.

Tot slot gingen we mediteren, met het licht uit. We moesten onze ademhaling uitnodigen om dieper naar binnen te gaan. Ook moest-ie nog naar onze vingerkootjes en tenen. Die van mij bleek daar allemaal geen zin in te hebben.

Toen het klaar was zei de instructrice tegen mij dat het volgende keer vast beter zou gaan.